1996 - Budapest
"Arie's on tour"






Home
 

Wie zijn wij?

Hoe het begon

Welke races?

Mail ons

Links






Na ons weekend in Frankrijk stonden we voor een nieuw probleem. We wilden alle circuits in Europa minimaal 1 x bezoeken, en vonden dat Spanje als volgende aan de beurt was. Het thuisfront echter vond dit véél te ver reizen, we waren toch wel gek zeker, voor één weekend helemaal naar Spanje, zoiets doe je niet.
Dus kwam Arie met het geweldige idee: "We gaan naar Hongarije, dat ligt net achter Oostenrijk, en dat is weer niet zo ver weg. Oostenrijk is ongeveer net zo ver rijden als Magny-Cours."
In grote lijnen klopt dit wel, alleen is Budapest toch ongeveer 1250 km van huis af, maar ja, dat klinkt veel negatiever dan "net achter Oostenrijk." En aangezien we toch al een dag extra wilden uittrekken voor de reis, was het snel beslist.

We wisten eigenlijk niet veel van Hongarije af, alleen dat het achter het voormalige ijzeren gordijn lag, en hadden gehoord dat er bij de Oostenrijks-Hongaarse grens wel eens een heel erg lange rij wachtende auto's kon staan.
File
We besloten daarom om vrijdags vroeg te vertrekken en zo ver mogelijk Oostenrijk in te rijden , daar in de tent te overnachten en zo 's morgens heel vroeg al bij de Hongaarse grens te zijn. Als je toch in een rij moet staan kun je namelijk veel beter vooraan staan. Tevens waren we voorzien van een barbecue op gas, want we hadden in Frankrijk gezien dat dat 's avonds veel gezelligheid kon geven. Ook hadden we maar wat extra drinken en wat verpakt vlees bij, want we wisten niet hoeveel de winkels rond het circuit rekening met onze komst zouden houden. En om helemaal goed voorbereid te zijn, had Arie drie woorden Hongaars geleerd: három sört kérek.
három sört
We hadden in een campinggids een camping gevonden, zo'n 20 kilometer van de Hongaarse grens en slechts enkele kilometers van de snelweg. We kwamen vroeg in de avond aan, hadden het tentje opgezet en wat gegeten en gedronken in het campingrestaurant.
Bij de tent nog maar een paar blikjes leeggemaakt, kwamen we tot de conclusie dat het een ideaal moment was om de barbecue uit te proberen. Van al dat eten kregen we weer dorst, en uiteindelijk gingen we misschien iets te laat toch maar slapen.

Toen we zaterdag wakker werden, bleken we toch nog een uurtje nodig te hebben om alles weer op te ruimen en in te pakken, en een beetje later dan gepland gingen we op weg naar de grens. Zo'n kilometer of 5 voor de grens zagen we de eerste tekenen van file al: er stonden allemaal bussen/touringcars en vrachtauto's aan de rechterkant vande weg in een lange rij. Wij konden echter nog gewoon verder, en toen we zelf  "achteraan" de rij personenauto's moesten aansluiten, stonden er welgeteld 5 auto's tussen ons en de Hongaarse douanebeambtes. Ze keken even vluchtig in onze paspoorten, zetten na ons aandringen er een stempel in, en we konden de grens over.
Aan de andere kant, dus richting Oostenrijk, stond er wel een file van personenauto's, en die was dus wel enkele kilometers lang. Maar dat was voor later zorg, nu eerst richting Budapest. Het zou nog een 200 kilometer rijden zijn, en het begon er naar uit te zien dat de reis eigenlijk wel meeviel. In de buurt van de stad Gyor zagen we zelfs een McDonalds wegrestaurant en besloten om daar maar te brunchen, om niet al te veel tijd te verliezen zodat we de kans hadden om Budapest zelf te bezoeken en onze koelbox weer enigszins bij te vullen, aangezien deze bij de barbecue behoorlijk geleegd was. Dat de term fastfood niet op het tempo van de medewerkers sloeg werd ons vlug duidelijk, want na 3 kwartier wachten, en 2 klanten die in die tijd geholpen waren, besloten we om toch maar iets uit de koelbox te pakken. Er stonden nog namelijk zo'n 100 militairen te wachten die voor ons waren, en met dit tempo zou het raceweekend voorbij zijn voor we iets te eten hadden.
McDonalds

We reden dus door naar Budapest, parkeerden de auto in het centrum en gingen op zoek naar een supermarkt. In een soort van buurtsupertje vonden we een voldoende hoeveelheid bier in blik, er stond geen prijs op maar in dit land kan het toch niet duur zijn. Bij de kassa kwamen we er achter dat je hier betaalt al naar gelang je nationaliteit: ben je geen Hongaar, betalen maar! Het maakt op zo'n weekend niet veel uit, en een discussie in het Hongaars zat er ook niet in, dus met de koelbox weer vol reden we Budapest weer uit. De wegen die ons de stad uit voerden waren van verschrikkelijke kwaliteit, het was daar ook echt niet nodig om verkeersdrempels aan te leggen. Soms stapvoets door de kuilen naderden we de stadsgrens, en vervolgens weer een snelweg richting circuit.

Net voor het circuit gingen we over van snel- naar provinciale weg, meteen naar b-weg en vervolgens naar een nauwelijks verhard pad dat rond het circuit liep. Het maakte ons niet veel uit, we waren bij het circuit en hard rijden ging toch niet door de hoeveelheid auto's. Het tempo was zo laag, dat Arie en Arie uitstapten en te voet verder gingen om de weg te verkennen. Na ongeveer een kwartier waren we vlak bij de plaats waar we de tent neer konden zetten, nog ongeveer 150 meter, bij een kruising linksaf en dan direkt rechts omhoog de akker op die was omgedoopt tot camping. Deze 150 meter moest echter wel afgelegd worden, en aangezien de kwalificatie net afgelopen was probeerden de mensen die daar vanaf kwamen over dezelfde kruising het circuit te verlaten. Deze tegenstrijdige rijrichtingen blokkerde het verkeer zodanig, dat de politiebeambte die er het verkeer moest regelen zijn schouders ophaalde, op zijn motor stapte en tussen de auto's door wegreed. Dit was niet heel bevorderlijk voor de doorstroming, zodat we de motor van de auto maar uit zetten, de stoeltjes uit de auto haalden en met een blikje bier in de hand de situatie gelaten aanschouwden. Zodra er weer een meter of twee ruimte voor de auto was gegroeid, duwden we onze auto wat naar voren, schoven de stoeltjes weer aan en genoten verder van het zonnetje en het drankje. Op deze manier legden we in ruim een uur de 150 meter af, konden toen de motor weer starten en ons kampeerplekje opzoeken en de tent opzetten. Vanaf onze plaats, gelegen op een heuvel, konden we het circuit zien, en een dorpje waar veel activiteit scheen te zijn. Dus: op naar het dorpje.

De weg naar het dorp, was een stoffig en smal pad, en liep tussen de parkeerplaatsen door. Op een gegeven moment hoorden we vanuit een van de parkeerplaatsen roepen: "you wanna have sex?" Aangenomen dat het naar ons persoonlijk gericht was, keken we gedrieën meteen naar de richting van het geluid, en zagen daar een oude, uitgeleefde auto met een dito vrouw half uit het raam die, met anderhalve tand in haar mond, ons verleidelijk probeerde toe te lachen.

Vrouw in auto

Het lukte ons echter deze verleiding te weerstaan, en wandelde verder over het steeds smaller wordende weggetje, terwijl auto's ons, al file rijdend, probeerden in te halen. Soms kwamen die auto's heel dicht bij de wandelaars, en dat was iets wat een man die voor ons liep nogal leek te ergeren. Op een gegeven moment zien we hem tegen een van die passerende auto's trappen, kennelijk om aan te geven dat hij wat meer ruimte wilde. De auto stopte, er sprongen twee uit de kluiten gewassen mannen uit die de autotrapper hardhandig op de grond smeten, zijn hoofd niet zacht tegen moeder aarde aan bonkten en vervolgens deze man behendig een paar handboeien om zijn polsen klikten. De ongelukkige had de auto van twee politie-in-burger-mannen te pakken, en zou volgens ons niet veel van de race zien dit weekend.

Aangekomen in het dorpje, bestaande uit enkele huizen, een grote feesttent, veel kraampjes met eten wat al vanaf de vorige dag op de bakplaat leek te liggen, en alleen af en toe omgedraaid werd zodat het stof aan de onderkant kwam te liggen, lukte het ons om af en toe wat te drinken te bestellen. Regelmatig werden we door zware dames van lichte zeden benaderd om 50 mark te ruilen tegen veel liefde, maar aangezien we al overliepen van liefde en rammelden van de honger besloten we ons geld om te zetten in iets eetbaars. In de garage van een soort van huis had de bewoner een keuken gemaakt, en bood ons voor een redelijk bedrag hotdogs aan. Wij hapten toe (letterlijk), en kwamen er achter dat het broodje warmer was dan de worst. Toch maar weggewerkt, en maar iets te drinken genomen om het weg te spoelen.

Het was er eigenlijk best gezellig, maar we vernamen dat er nog een dorpje of zoiets was, waar een groot feest zou zijn. Het was gelegen aan de andere kant van het circuit, en toen we al wandelend langzaam door een klein vrachtwagentje werden ingehaald riep Arie: "Vlug, op de bak springen." Zelf zat hij al op de laadklep, en rechts van hem verscheen Arie, die iets meer moeite had om op de net weer iets harder rijdende wagen te springen. Door hem een handje toe te steken lukte het om hem veilig op de laadbak te krijgen, maar we kwamen er achter dat er nog een Arie moest zijn. Dus maar weer van de bak afgesprongen, rond gekeken en wat geroepen. We zagen van alles, maar geen Arie, Hij reageerde niet op ons geroep, geschreeuw en zelfs niet toen we nederlandstalige liedjes begonnen te zingen. Dus zat er niets anders op dan om richting de tent te gaan, alwaar we bij de buren gezellig een biertje gingen drinken. Toen het erg donker werd, staken we de barbecue aan zodat Arie de weg naar de tent kon vinden. Of het geholpen heeft weten we nu nog niet, maar hij lag in ieder geval 's morgens in de tent. Hij had ons niet op de wagen zien springen, was ons kwijt en ging maar in de feesttent kijken of we daar zaten. Toen de boel 's nachts ging sluiten en hij ons niet had gevonden, ging hij maar naar de tent waar wij al lagen te slapen.

De zondagochtend begon een beetje stroef. Het hoofd was een beetje troebel, en het eten begon zich ook al een weg naar buiten te zoeken. Er bleken echter helemaal geen toiletten, dixi's of wat dan ook te bekennen. En hoewel er voor elk probleem wel meerdere oplossingen te vinden zijn, zorgden we er voor dat we zo snel mogelijk binnen de muren van het circuit kwamen, waar er wel sanitaire hokken waren. We hadden goede plekken, staanplaats Gold, met een goed overzicht over een groot deel van het circuit, en met zicht op een heel varken aan het spit. Rook lekker, maar toch geen trek. Onder een brandende zon keken we de race, waarbij van de 20 startende auto's er 8 de finish wisten te bereiken. De Williams-Renault waren oppermachtig, met Villeneuve en Hill op 1 en 2, en Alesi op 3 met zijn Benneton-Renault. Onze flitsende landgenoot Jos Verstappen viel in de 10e ronde uit met zijn Arrows-Hart, terwijl zijn Braziliaanse collega Rosset 8e en laatste werd met 3 rondes achterstand.

Wat ons na de race meteen opviel, was dat er veel mensen direct begonnen om de rotzooi rond het circuit op te ruimen. Toen we het een beetje beter bekeken, zagen we dat het mensen waren die tussen de rotzooi op zoek waren naar plastic flessen, waarschijnlijk voor het statiegeld. Best wel raar om deze armoede te zien op rijd-afstand van huis. Inmiddels hadden we al gezien dat de verkeerschaos die van vrijdag aan het overtreffen was, en besloten we om maar op maandagochtend te vertrekken, zodat we nog rustig in het dorpje een pilsje konden gaan drinken en de Hongaarse forinten op konden maken. Toen we ongeveer voorbij de plaats kwamen waar we de vorige dag werden "uitgenodigd" door de lokale schoonheid, ontdekten we bij toeval een bergje met (waarschijnlijk) gebruikte condooms. Gerustgesteld dat de lokale bevolking toch het weekend ook financieel gunstig zou hebben afgesloten, namen we nog een paar afzakkertjes om in het donker onze tent weer eens op te zoeken.

Maandagochtend, 05.30 uur werden we wakker door een horloge-alarm. Tijd om de tent op te breken en de auto in te laden. Rond de klok van zes reden we weer richting huis, en met een lekker ochtendzonnetje bereikten we zonder problemen de Oostenrijkese grens. Ook deze keer was er amper vertraging, en rond een uur of 11, inmiddels in Duitsland aanbeland, was het tijd om een kleinigheidje te eten en benzine te tanken, waarna er ook gewisseld zou worden van chauffeur. Toen na het eten Arie achter het stuur kroop, begon het te regenen en in en mum van tijd leek het water met emmers tegelijk uit de wolken gekiept te worden. De ruitewissers werden op de hoogste stand gezet, en terwijl we zo'n 150 km/h reden floepte ineens het linker ruitewisserblad van de auto af. Snel gestopt, toevallig de ruitewisser teruggevonden en maar weer op de auto gemonteerd, kletsnat in de auto gestapt en vol gas richting Nederland. Het bleef regenen, tot het weer tijd werd om van rijder te wisselen en toen Arie het stuur overnam hield het regenen ook op. Zonder verdere problemen bracht hij de auto en ons naar zijn huis, waar we afscheid van elkaar namen en al meteen uitkeken naar het volgende race-seizoen. Dit weekend was in ieder geval zeer geslaagd, en zou zeker nog vervolgd worden.


Terug naar "welke Races"                               Tips